Wat slaat een borduurbestand eigenlijk op?
PES, DST, JEF en EXP zijn allemaal machineformaten (of "expanded"-formaten). Vanbinnen zijn het vooral lange lijsten met bewegingen: ga 2,3 mm naar rechts en 0,4 mm omhoog, steek de naald in, herhaal. Alle vier meten die bewegingen in eenheden van 0,1 mm. Naast de steken markeren ze sprongen (verplaatsen zonder te borduren), knipbewegingen (de draad afknippen) en kleurwissels (stoppen voor het volgende garen).
Wat ze niet opslaan, is het ontwerp als vormen. In een DST-bestand staat nergens "dit is een satijnletter A van 6 mm hoog", alleen de naaldposities die uit die keuze zijn voortgekomen. Dat heeft twee praktische gevolgen:
- Je kunt ze nauwelijks bewerken. Een kleurstop aanpassen is makkelijk; een letter hervormen niet.
- Vergroten of verkleinen rekt alleen de steken op. Vergroot je een bestand 30%, dan komen de vulrijen verder uit elkaar te liggen; verklein je het 30%, dan stapelen de steken zich op. Aanpassingen van ongeveer 10% gaan meestal goed, en sommige software kan tot 20% aan.
Professionele digitaliseersoftware bewaart een apart werkbestand met de vormen (Wilcom en Hatch gebruiken bijvoorbeeld .EMB) en exporteert daaruit de machineformaten. Heb je een andere maat nodig, dan ga je terug naar het werkbestand, of naar de oorspronkelijke afbeelding, en exporteer je opnieuw.
Welke machines gebruiken PES-bestanden?
PES is het eigen formaat van de thuismachines van Brother en Baby Lock, en wordt ook gelezen door veel modellen van Bernette en Deco. Een PES-bestand bestaat uit twee delen: een PES-gedeelte dat de PE-Design-software van Brother gebruikt, en een ingebouwd PEC-blok. Het PEC-blok is waar de machine echt van borduurt. Het bevat de steken, de kleurenlijst als verwijzingen naar het garenpalet van Brother en een kleine zwart-witminiatuur die de machine op het scherm toont.
Omdat kleuren verwijzingen naar een vast palet zijn, is de kleur op het machinescherm het dichtstbijzijnde Brother-garen, geen exacte weergave van je ontwerp. Dat is prima: het is een geheugensteun voor welke klos je moet plaatsen.
PES heeft veel versies gekend naarmate PE-Design functies kreeg. Nieuwere versies voegen vooral gegevens voor de software toe, terwijl het PEC-blok compatibel blijft. Daarom laden bestanden van versie 1 nog steeds op de huidige machines. StitchMyPic schrijft PES versie 1 met het PEC-blok voor de breedste compatibiliteit. Meer op onze pagina over het PES-formaat en in de Brother-machinegids.
Welke machines gebruiken DST-bestanden?
DST komt van Tajima en is de gemeenschappelijke taal van professioneel borduurwerk geworden. Ricoma, Happy, Barudan, SWF, ZSK en de meeste meernaaldsmachines lezen het, en vrijwel elk borduurprogramma kan het openen. Een DST-bestand begint met een tekstheader van 512 bytes (ontwerpnaam, aantal steken, aantal kleurwissels en de afmetingen van het ontwerp), gevolgd door 3 bytes per steek.
Twee details verklaren de meeste verrassingen met DST:
- Geen garenkleuren. DST legt alleen vast dát er een kleurwissel komt, niet welke kleur. Een thuismachine toont een standaardkleur per blok, en een professionele machine verwacht dat jij de naalden toewijst. Houd de kleurenlijst bij de machine.
- Geen apart knipcommando. Knipbewegingen worden vastgelegd als een korte reeks sprongen, en de machine is zo ingesteld dat hij knipt zodra hij die ziet. Klopt de knipinstelling van een machine niet, dan krijg je mogelijk lange springdraden in plaats van knipbewegingen.
Een enkele DST-beweging kan in geen enkele richting langer zijn dan 12,1 mm, dus langere verplaatsingen worden automatisch opgesplitst in meerdere sprongen. Niets hiervan beïnvloedt de steekkwaliteit: de naaldposities zijn even precies als in elk ander formaat. Zie de pagina over het DST-formaat of de Tajima-gids.
Welke machines gebruiken JEF-bestanden?
JEF is het thuisformaat van Janome en wordt ook gebruikt door Elna en door de borduurmachines van Kenmore die door Janome zijn gebouwd. Net als PES slaat het garenkleuren op als verwijzingen naar het palet van de fabrikant, zodat de machine logische kleuren op het scherm toont. De header bevat ook een ringcode, waarmee machines en software van Janome de ring voorstellen die het ontwerp nodig heeft.
Elke JEF-beweging wordt opgeslagen als een signed byte, dus een enkele steek of sprong is beperkt tot 12,7 mm en langere bewegingen worden opgesplitst. Zoals bij elk formaat hier wordt de ontwerpmaat niet door het bestand beperkt, maar door de ring. Janome-machines lezen ook DST, maar dan verlies je de kleurinformatie, dus JEF is de betere keuze als je machine het ondersteunt. Zie de pagina over het JEF-formaat en de Janome-gids.
Welke machines gebruiken EXP-bestanden?
EXP is het "expanded"-formaat van Melco. Eenvoudiger wordt een steekbestand bijna niet: geen header, alleen paren signed bytes voor elke beweging, met escapecodes voor sprongen en kleurwissels. Net als DST bevat het geen garenkleuren.
Bernina-thuismachines lezen EXP, en daarom kom je het zo vaak tegen bij thuisborduren. De eigen software van Bernina slaat een EXP meestal op samen met begeleidende bestanden met kleurinformatie en een voorbeeldafbeelding; de machine borduurt alleen vanuit de EXP, dus een losse EXP werkt prima, hij toont alleen je echte garenkleuren niet. Ook professionele Melco-machines lezen het rechtstreeks. Zie de pagina over het EXP-formaat, de Bernina-gids en de Melco-gids.
PES vs DST vs JEF vs EXP: wat is het verschil?
Alle vier slaan dezelfde steken op in eenheden van 0,1 mm, dus een ontwerp dat correct tussen deze formaten is omgezet, borduurt op dezelfde manier. Het verschil zit in wat er met de steken meereist: PES en JEF bevatten garenkleuren uit het palet van de fabrikant, DST en EXP niet, en elk formaat gaat anders om met knipbewegingen en ringinformatie.
| Formaat | Belangrijkste merken | Garenkleuren | Ringinformatie | Knipbewegingen | Het best voor |
|---|---|---|---|---|---|
| PES | Brother, Baby Lock; veel modellen van Bernette en Deco | Ja (Brother-palet) | Eenvoudige vlag in de header | Knipvlag in de steekgegevens | Thuismachines uit de Brother-familie |
| DST | Tajima en de meeste professionele meernaaldsmachines; door vrijwel alle software te lezen | Nee | Nee (alleen de afmetingen van het ontwerp) | Geen knipcommando; opgeslagen als een korte reeks sprongen | Professionele machines en als universele reserve |
| JEF | Janome, Elna, Kenmore | Ja (Janome-palet) | Ja (ringcode) | Geen knipcommando; de machine knipt bij sprongen | Thuismachines uit de Janome-familie |
| EXP | Bernina, Melco | Nee (BERNINA-software voegt een apart .INF-kleurbestand toe) | Nee | Knipcode | Bernina-thuismachines en professionele Melco-machines |
In de praktijk is de kleurkolom het belangrijkst: bij DST en EXP weet de machine alleen dát er een kleurwissel komt, dus houd de kleurenlijst die bij het ontwerp hoort bij de machine.
Welk borduurformaat moet je kiezen?
Gebruik het eigen formaat van het merk van je machine: PES voor Brother en Baby Lock, JEF voor Janome, EXP voor Bernina en DST voor professionele machines. Twijfel je, dan wordt DST bijna overal gelezen, maar zie je de garenkleuren niet op het scherm.
Begin bij de handleiding van je machine of het USB-scherm: daar staan de extensies die hij leest. Daarna:
- Gebruik het eigen formaat van het merk als dat er is (PES voor Brother, JEF voor Janome, EXP voor Bernina), want dan houd je de kleuren op het scherm.
- Gebruik DST voor professionele machines en wanneer je twijfelt; bijna alles leest het.
- Zet steekbestanden niet heen en weer om. Elke conversie kan kleurgegevens kwijtraken, en knipbewegingen die in het ene formaat echte commando's waren, kunnen in het andere gewone sprongen worden.
- Vergroot of verklein een steekbestand niet meer dan 10–20%. Exporteer liever opnieuw op de nieuwe maat vanuit de bron.
StitchMyPic omzeilt het conversieprobleem: één download geeft je een ZIP met PES, DST, JEF en EXP, allemaal geëxporteerd vanuit hetzelfde ontwerp in plaats van uit elkaar omgezet. Koop je later een nieuwe machine, dan staat het juiste bestand al klaar. Heb je het binnen 7 dagen groter of kleiner nodig? Exporteer gratis opnieuw en de steken worden voor de nieuwe maat herberekend. Probeer PNG naar PES, PNG naar JEF of PNG naar EXP.
Vragen over dit onderwerp
Is DST van mindere kwaliteit dan PES?
Nee. Beide slaan naaldposities op in eenheden van 0,1 mm, dus de steken zijn even precies. DST bevat alleen geen garenkleuren, en de knipbewegingen staan erin als reeksen sprongen die de machine moet herkennen.
Kan ik een PES-bestand omzetten naar DST?
Ja, de meeste borduursoftware kan dat, en de steken komen nauwkeurig over. Je verliest de garenkleuren, en je moet controleren of de knipbewegingen op de doelmachine nog werken. Omzetten vanuit de oorspronkelijke afbeelding of het werkbestand is altijd schoner.
Waarom toont mijn machine de verkeerde kleuren?
Is het bestand een DST of EXP, dan bevat het geen kleurinformatie en toont de machine standaardkleuren. Bij PES of JEF toont de machine de dichtstbijzijnde kleur uit het eigen garenpalet. Volg in beide gevallen de kleurenlijst die bij het ontwerp hoort.
Beperkt het bestandsformaat hoe groot een ontwerp kan zijn?
In de praktijk niet. De grens is het borduurveld van je ring. Formaten beperken alleen de lengte van een enkele beweging (ongeveer 12 mm), en langere bewegingen worden automatisch opgesplitst in meerdere sprongen.
Bronnen
Pagina's van fabrikanten en documentatie waarmee we de feiten in deze gids hebben gecontroleerd:
- Brother-support: borduurgegevensformaten die de machine kan gebruiken (.pes, .phc, .dst) en standaardkleuren voor DST
- Janome: JEF is het standaardformaat voor steekgegevens op Janome-borduurmachines
- OESD: EXP-formaten voor BERNINA (Melco EXP vs BERNINA USB EXP met .INF-kleurbestand)
- EduTech Wiki: het DST-borduurformaat (oorsprong bij Tajima, geen kleurinformatie)
- Ink/Stitch-documentatie: ondersteunde bestandsformaten

